We zijn nu ongeveer vier jaar hier en hebben al een aardig spaarpotje. Het huisje, dat wij bewonen en dat geheel ons eigendom is, ziet er heel aardig uit. Daarbij bezitten wij een flinken tuin en ongeveer 3 H.A. weiland. Wij hebben vier beste koeien op stal en een varken van ongeveer 150 K.G. op het hok. Dat moet over eenige weken in de kuip. Spek en vleesch eten wij zooveel wij lusten. Terwijl ik zelf thuis volop werk heb, gaan onze Gerrit en Klaas alle dagen naar de fabriek. Zij verdienen nu al een dollar daags en krijgen binnen kort weer opslag...."

Toen Jan tot zoover met de lezing van den brief gevorderd was, hield hij zuchtend eenige oogenblikken op. 't Schemerde hem voor de oogen bij de opsomming van al dat schoons, en als van zelf begon hij daarmee zijn eigen sober bestaantje te vergelijken.

"Hadden we vier jaar geleden ook maar besloten om mee te gaan, Kee," zei hij, zijn vrouw, die tegenover hem zat, aanziende; "wie weet, hoe goed ook wij het dan nu hadden. Wat oom Willem daar schrijft, is om van te watertanden. Al werk ik hier ook van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, dan kom ik nog geen steek vooruit."

"Och kom, tob daar nu maar niet over," antwoordde de toegesprokene, die inmiddels den kleinen Willem in haar schoot liet dansen. "Bedenk maar liever eens, wat kapitaal wij hier hebben!"

Dat kapitaal — hun jongske — scheen zich bij moeder schadeloos te willen stellen, voor 't geen hij straks bij vader te kort gekomen was, en het kereltje had een pret van belang. Vader deed zijn naam echter alles behalve eer aan. "Daar koopen we toch voor 't oogenblik geen brood voor," sprak hij gemelijk en jaloersch op ooms voorspoed.

"Waarom lees je dan niet, wat 립카페알바 er verder staat? Misschien brengt je dat wel weer een beetje in je humeur!..."

Jan las nu verder, en Keetje merkte op, dat zijn gezicht al spoedig een geheel andere uitdrukking aannam. Geen wonder ook. Wat daar stond te lezen, was wel in staat, hem weer in een betere stemming te brengen.